Uw basis voor een duurzame verharding | T: 0418-511555 | E: info@b-cis.nl

Algemene informatie - BRL 7500 protocol 7510

De regels van de Beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 7500/7510  hebben betrekking op de acceptatie van enkel grond en baggerspecie, opslagbeheer en procesmatige reiniging, alsmede uitkeuring en afzet van eind- en restproducten.

Hierin is de wijze waarop grondbewerkingsbedrijven omgaan met verontreinigde grond en baggerspecie, vastgelegd en geüniformeerd en daarmee transparant gemaakt.

Sinds april 2007 wordt immobilisatie van verontreinigde grond als gelijkwaardig aan reiniging aangemerkt. Sinds dat moment geldt dan ook de volgende minimumstandaard voor het be- en verwerken van ernstig verontreinigde grond:

De minimumstandaard voor het be- en verwerken van grond is nuttige toepassing, zonodig voorafgegaan door reiniging of immobilisatie, volgens de normen die zijn vastgelegd voor het betreffende toepassingsgebied.


De BRL 7500 protocol 7510

De BRL 7500/7510 is een procescertificaat voor een bewerkingsprotocol. Hieronder valt uitsluitend de (ex situ) bewerking van verontreinigde grond c.a. en baggerspecie door middel van koude immobilisatie.

Bewerking van verontreinigde grond, baggerspecie en/of van andere –tot grond reinigbare- afvalstoffen door een gecertificeerd grondbewerkingsbedrijf ‘buiten het certificaat om’ is niet toegestaan.

Toepassing van genoemde BRL (en van de daarmee samenhangende protocollen) voor de diverse ‘grond’-stromen is wettelijk verplicht. Daarmee is een goede kwaliteitsborging ten aanzien van de gehele keten van (water)bodemsanering tot afzet van bewerkte grond/baggerspecie gerealiseerd.

In relatie tot BRL SIKB 7000 wordt opgemerkt dat ook het bewerken van ernstig verontreinigde grond ter plaatse van de uitvoering van de bodemsanerings-werkzaamheden op locatie, onder de reikwijdte van BRL SIKB 7500 en het voorliggend protocol 7510 valt.

De afzet van het immobilisaat door bewerkingsbedrijven vindt veelal plaats conform BRL 9322 of BRL SIKB 1000 met protocol 1003. BRL SIKB 7500 en protocol 7510 vormen een nadere uitwerking van de wijze van acceptatie en bewerking zoals beschreven in BRL 9322.


Werkingsgebied

Dit protocol beschrijft de wijze waarop de grond- en baggerspeciebewerkingsbedrijven invulling geven aan het vigerend toetsingskader (Wbb, WABO (voormalig Wm) en Waterwet) en op basis waarvan kan worden vastgesteld dat een correcte procesmatige reiniging of immobilisatie heeft plaatsgevonden.

Dit wordt bereikt door auditing van de kwaliteit op ten minste de volgende risicogebieden:

  • Vóóracceptatie (incl. administratie)
  • Inkeuring en eindacceptatie
  • Overslag en opslag (incl. mengen/scheiden en gescheiden houden van partijen)
  • Procesmatige reiniging of immobilisatie (al dan niet gezamenlijk met andere afvalstromen)
  • Opslag, uitkeuring en afzet van eind- en restproducten

Nadrukkelijk wordt opgemerkt dat sprake is van een procescertificaat.

Benodigde gegevens

In het kader van de vooracceptatie dient de opdrachtgever/ontdoener –mede aan de hand van historische info- de fysische en chemische samenstelling van de desbetreffende partij verontreinigde grond/baggerspecie aan de hand van de daarvoor vigerende, wettelijke bewijsmiddelen inzichtelijk te maken:

a: Fysische samenstelling: gehaltes aan droge stof (ds.), lutum, humus (o.s.) en
    bodemvreemde bestanddelen
b: Chemische parameters: parameterpakket overeenkomstig NEN5740 dan wel BRL9335
    (pakket A per 01-06-2008 bestaande uit barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood,
    molybdeen, nikkel, tin, zink, som-Pcb’s, som-PAK’s en minerale olie), eventueel
    aangevuld met
c: Partij specifieke en/of proces kritische parameters

Als wettelijke bewijsmiddelen voor verontreinigde grond gelden:

  • Een, door het bevoegd gezag in het kader van de Wbb goedgekeurd saneringsplan of BUS-melding, en/of
  • Uitgevoerd nader en verkennend bodemonderzoek en/of
  • Een depotkeuring in het kader van Wbb of Bbk

Dit betekent dat vooracceptatie van verontreinigde grond en/of baggerspecie, ook voor immobilisatie, plaatsvindt aan de hand van de gegevens omtrent de samenstelling van de aangeboden partij. Acceptatie van verontreinigde grond/baggerspecie voor immobilisatie vindt alleen plaats voor zover:

  • In hoofdzaak sprake is van verhoogde gehalten aan anorganische parameters
  • Deze anorganische parameters zodanig zullen worden vastgelegd, dat de daarvoor geldende emissiewaarden conform bijlage A van de Regeling bodemkwaliteit niet (meer) zullen worden overschreden

Acceptatie van zwaarder verontreinigde partijen

Het bedrijf mag wel zwaarder verontreinigde partijen accepteren en immobiliseren indien:

  • Is aangetoond dat (ook) de bovenmatig verhoogde concentraties aan verontreinigingen zullen worden verwijderd tot onder de samenstelling grenswaarden (volgens bijlage B, tabel 1 Rbk), die voor de betreffende parameters aan grond worden gesteld, respectievelijk
  • Als is aangetoond dat (ook) de bovenmatig verhoogde concentraties aan verontreinigingen zullen worden vastgelegd tot onder de emissie-waarden (volgens bijlage A 1 Rbk), die voor de betreffende parameters aan bouwstoffen worden gesteld

Hiervoor zijn de volgende bewijsmiddelen van toepassing: ervaringsgegevens (uitgevoerde praktijk- of proefbewerking(en) met de desbetreffende installatie en bedrijfsvoering) en/of karakterisatie-onderzoek. Dit betekent een immobilisatie- of emissieproef onder gelijksoortige bedrijfscondities op laboratoriumschaal of met behulp van een pilot-plant.

In dat geval gelden voor het desbetreffende bewerkingsbedrijf hogere acceptatie grenswaarden dan de in de tabel gegeven acceptatiegrenswaarden en kunnen (ook) dergelijke, zwaarder verontreinigde grond/baggerspecie door het betreffend bedrijf als ‘standaard-grond’ worden aangemerkt en behoeven tijdens acceptatie, clustering, verwerking e.d. geen specifieke, afwijkende regels meer in acht te worden genomen. Deze verhoogde waarden worden door B-CIS BV opgenomen in de B-CIS toets-tabel voor grond en worden middels audits vastgelegd en geautoriseerd.


Overslag en opslag

Uitsluitend partijen die de eindacceptatie positief hebben doorlopen mogen, voorafgaande aan procesmatige bewerking, worden samengevoegd/geclusterd tot een opslagcluster, mits separate bewerking tot eenzelfde kwaliteit van eind- en restproducten zou leiden. Clustering vindt dus plaats op basis van (overeenkomsten in) aard en samenstelling van de chemische en fysische verontreiniging.

Productie- en bewerkingsclusters

In sommige gevallen wordt na(ast) de opslagclustering – vóór bewerking - nog overgegaan tot het samenstellen van zogenaamde productie- of bewerkingsclusters. Dit betekent dat separate opslagclusters niet separaat worden bewerkt, maar dat een zekere hoeveelheid (gerelateerd aan de productie- of verwerkingscapaciteit van de inrichting) vóór bewerking wordt gemengd/geclusterd met (een deel van) een andere opslagcluster.

Uitkeuring en afzet van immobilisaat

Afzet van het immobilisaat vindt uitsluitend plaats wanneer wordt voldaan aan de eisen die gelden voor een bouwstof: aan de hand van vigerende, wettelijke bewijsmiddelen toont het gecertificeerd bedrijf aan dat het immobilisaat voldoet aan de geldende samenstellingseisen, emissie-eisen overeenkomstig bijlage A van de Regeling bodemkwaliteit en indien van toepassing civieltechnische eisen voor een bouwstof.

Erkende bewijsmiddel zijn:

  • Partijkeuring conform AP-04 of
  • Productcertificaat op grond van BRL 9322
B-CIS BV
Koningin Wilhelminaweg 96
Postbus 2081
5300 CB Zaltbommel
Telefoon: 0418 - 511 555
E-mail: info@b-cis.nl