Uw basis voor een duurzame verharding | T: 0418-511555 | E: info@b-cis.nl

Wabo - Wet Milieubeheer

Op het project worden afvalstoffen bewerkt tot bouwstof. Soms vindt dit plaats in een hiertoe erkende en vergunde inrichting. Meestal is dit niet het geval. Veelal is het project geen inrichting. Het is echter wel een werk conform artikel 1 Besluit bodemkwaliteit. Zo’n éénmalige project is echter relatief klein van omvang en van dusdanig korte duur, dat er géén sprake kan zijn van een inrichting in het kader van de Wet Milieubeheer.

Hierover dient echter overeenstemming te zijn met het Bevoegd Gezag. De vraag die dient te worden beantwoord, is hierbij als volgt:
“Vormt een project een inrichting in de zin van de Wet Milieubeheer en is het project daarmee vergunningplichtig in het kader van die wetgeving?”

Er is sprake van een Inrichting in de zin van artikel 1.1 lid 1 van de Wet Milieubeheer, als de gepleegde activiteit aan de aldaar beschreven definitie voldoet en eveneens sprake is van een activiteit welke onder één of meerdere van de in het Inrichtingen- en Vergunningenbesluit Milieubeheer (IVB) genoemde categorieën te scharen is. Het bewerken van reststoffen dient te worden beschouwd als het bewerken van afvalstoffen (definitie uit artikel 1.1, lid 1 van de WM), hetgeen te scharen is onder categorie 28.1, sub b, dan wel, afhankelijk van de bewerkingscapaciteit per jaar, onder categorie 28.4 sub c, onder 1 van het IVB.

Hiernaast dient eveneens sprake te zijn van een bedrijfsmatige of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht.

Overduidelijk is dat er voor een project sprake is van een bedrijfsmatige activiteit binnen een bepaalde begrenzing. Deze activiteit voldoet echter pas aan het criterium “pleegt te worden verricht” als zij continu, gedurende een langere periode achtereen of met een zekere regelmaat wordt verricht. Bedrijvigheden die incidenteel, of éénmalig én in een kort tijdbestek kunnen worden afgerond, voldoen niet aan het criterium “pleegt te worden verricht”.

Een periode van ongeveer een half jaar is doorgaans voldoende om te oordelen dat een bedrijvigheid “pleegt te worden verricht” (zie bijvoorbeeld ABRS 21 december 1995, BR 1996, p.401). Ook als het de bedoeling is een activiteit binnen een korte termijn te verrichten, is er doorgaans géén sprake van een inrichting, omdat de bedrijvigheid dan niet “pleegt te worden verricht” (zie bijvoorbeeld ABRS 10 november 1995, BR 1996, p. 143).  Voor wat betreft een project blijkt dat het overduidelijk de bedoeling is de activiteit éénmalig én binnen een korte tijdspanne te verrichten (circa enkele weken), hetgeen aanmerkelijk minder is dan een half jaar.

Gezien bovenstaande zijn wij van mening dat het tijdelijk bewerken van reststoffen tot bouwstof, welke vervolgens direct worden toegepast in het betreffende werk in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit, géén inrichting vormt in de zin van de Wet Milieubeheer en derhalve dient te worden vrijgesteld van een vergunningsplicht in dit kader.

Een verdere toelichting is terug te vinden in de uitspraak van de Raad van State d.d. 12 januari 2007, zaaknummer 200609269/1. Hierin wordt bevestigd dat reststoffen mogen worden aangevoerd op een project in het kader van het Besluit bodemkwaliteit.

Besluit vrijstelling stortverbod

Voor een project zonder WM vergunning geldt het volgende:                 

  • Conform het besluit stortverbod buiten inrichtingen is het toegestaan (als categorie van gevallen als bedoeld in artikel 10.2, tweede lid, van de Wet Milieubeheer) zich van afvalstoffen te ontdoen door deze – al dan niet in verpakking – buiten de inrichting op of in de bodem te brengen, indien dit geschiedt overeenkomstig het bouwstoffenbesluit in een werk waarin afvalstoffen, met uitzondering van avi-bodemas, worden gebruikt als bouwstof.
  • Conform artikel 10.37, tweede lid, onder b, onder 2e, van de Wet Milieubeheer is ook sprake van afgifte aan een erkende verwerker indien afvalstoffen buiten een inrichting overeenkomstig het Bouwstoffenbesluit als bouwstof in een werk worden toegepast.
  • De aanleg van een cementgebonden fundering moet worden beschouwd als toepassing als bouwstof conform het Bouwstoffenbesluit in een werk buiten een inrichting.
B-CIS BV
Koningin Wilhelminaweg 96
Postbus 2081
5300 CB Zaltbommel
Telefoon: 0418 - 511 555
E-mail: info@b-cis.nl